Historie

* B&B * Massage * De Laatste Stuiver

HISTORIE

ROTTIGE MEENTHE

 

De Rottige Meenthe heeft een hele geschiedenis achter zich.

Samen met het Brandemeer, De Wieden en De Weerribben, behoort het tot de grootste en meest waardevolle laagveengebieden van Europa.

En sinds 2013 tot Natura 2000 gebied.

 

Na de ijstijd, toen de aarde opgewarmd werd, was er zoet water in overvloed.

Ongeveer 3000 jaar geleden begon zich veen te vormen in de natte laagtes.

 

Ongeveer 1100 na Chr. vestigden zich de eerste kolonisten in de veenmoerassen tussen de rivieren de Lende en de Kuunder of de Tjonger.

 

Eeuwenlang probeerden ze hier een boerenbestaan op te bouwen.

Ze groeven sloten voor afwatering. Hierdoor en mede door veenkrimp

zakte de grond en werd het natter wordende land steeds minder geschikt

voor akkerbouw en veeteelt. De bevolking noemde de grond Rotterik of Rotte. Rottige meenthe betekent slechte grond!

 

In 1309 kwamen ze in opstand tegen de Bisschop van Utrecht.

Door hun trots, noeste arbeid, bittere armoe en altijd in gevecht tegen het water, kwamen de Stellingwervers voor hun volk op.

Waardoor ze buiten de kerkelijke gemeenschap gezet werden.

Rond 1500 wordt Stellingwerf door de Bisschop van Utrecht weggegeven

aan de Hertog van Saksen die het gebied vervolgens toegevoegd heeft aan Friesland.

Dit verklaard ook dat de Stellingwervers van oorsprong geen Friezen zijn.

Het volk blijft tot op de dag van vandaag hun eigen streektaal spreken.

Stellingwerfs behoort tot de Neder-Saksische streektaal als

Zuidwest Drenthe en Overijssel.

Het echte Friesland waar Fries gesproken wordt begint aan de andere zijde van de Tjonger.

 

Tussen 1748-1775 is de Heloma- of Jonkersvaart afgegraven.

 

Eerst verveende men voor eigen gebruik. Toen er landelijke behoefte was

aan brandstof (turf), begon men na 1750 met vervening.

Dit werd een nieuwe vorm van broodwinning.

Boeren verkochten hun land aan veenbazen. Er gingen zich steeds meer mensen vestigen en zich het hoofd boven water probeerden te houden

in het veen. Midden door het moeras werd de Scheene gegraven.

Hoogstwaarschijnlijk om het afgegraven veen te vervoeren via de Helomavaart. Scheene betekent scheiding.

 

Vanaf 1800 kwam de turfwinning goed op gang. Er ontstonden grote plassen, zoals in Kop van Overijssel. Koning Willem I heeft toen regels opgesteld

dat de gaten waar verveend werd, de zogeheten trekgaten, en tussenliggende akkergrond, de ribben, aan een maximale breedte moesten voldoen.

Was de rib te smal, sloeg hij weg en werd het water.

Op de ribben werd het veen te drogen gelegd, om er vervolgens turf van te maken.

 

In 1825 was er een watersnoodramp.

In 1850 kwamen er pas dijken rond het hele gebied met 6 poldermolens

en een aantal sluizen. Waaronder de Scheenesluis.

Rond 1879 was de polder klaar en werd hij gedeeltelijk drooggemalen.

Zo ontstond De Groote Veenpolder.

Het vermoeden bestaat dat dit indijken door monniken gedaan is.

Vandaar ook de naam Munnikeburen.

Het klooster wat hier ergens gestaan moet hebben is nooit opgegraven.

 

In 1914 werd De Scheenesluis met houten draaikolk, vervangen door een

stenen schutsluis met draaibrug.

Uniek in dit gebied zijn de draaibruggetjes met houten huisje.

In het huisje zit een dikke veldkei die dient als contragewicht.

Tot 1950 werd De Scheenesluis druk bevaren.

Het meeste turf werd verscheept naar Amsterdam.

 

Veenbazen waren niet gemakkelijk. Ze verdienden geld over de ruggen

van de verveners. Voor hen draaide alles om de turf.

Iedereen moest meewerken. Ook vrouwen en kinderen.

Iedere cent moest een paar keer omgedraaid worden voor hij uitgegeven

werd. Bijna iedere veenbaas had een winkel.

De verveners die al niets verdienden moesten bij hem duur betalen.

Al hun loon werd omgezet in kleding, eten en drank!

 

Na de oorlog, kwam er steenkool in opmars en de vervening kwam ten

einde. De trekgaten verlanden en begroeiden met riet.

De rietteelt is tot op de dag van vandaag nog steeds een bron van inkomsten.

 

Tussen 1895 en 1955 zijn er plannen gemaakt om De Groote Veenpolder

droog te leggen. Dankzij weerstand van de riettelers en natuurbescherming

is dit gelukkig nooit doorgegaan.

 

In 1955 koopt Staatsbosbeheer 43 ha Rottige Meenthe voor 26.000 gulden!

En behoort nu samen met het Brandemeer, de Wieden en de Weerribben tot de grootste en meest waardevolle laagveengebieden van Europa.

Sinds 2013 is het Natura 2000 gebied.